« mei 2009 | Hoofdmenu | juli 2009 »

woensdag 24 juni 2009

Aanschouwen

Vandaag is zo'n dag waarop de zomer echt begint. Hij was al begonnen, en de zon heeft al veel geschenen, dat weet ik wel. Maar vandaag was zo'n dag dat voor mij de zomer echt begint.

Zoals aan ieder begin van de zomer, stapte ik op mijn fiets en hoorde ik door mijn koptelefoon Franse muziek. Liesbeth List zingt Jacques Brel. Prachtig. Het is muziek die me een gevoel van grote vrijheid geeft. Vrijheid om te fietsen waarnaar ik maar toe wil. Om te doen wat ik maar wil. En met heel veel tijd om te aanschouwen.

De man die zijn oude moeder, een prachtige Indische dame, vaderlijk bij de hand neemt om de weg over te steken.
En de duif, die dood is, want onthoofd door de spaken van een fiets.

De dames, met de rokjes. De rokjesdag van Martin Bril is al geweest, maar vandaag was er nog een. Tien per straat, telde ik er. Met bloemetjes erop, zwierig en soms ook strak.

Als de zomer begint, ik Franse muziek luister en op mijn fiets zit, voel ik mij onzichtbaar. Ik speel dan geen rol in de wereld, aanschouw alleen. Ik ben dan misbaar, want de wereld zou zich net zo bewegen als ik niet keek. Een heerlijk idee vind ik dat.

zondag 7 juni 2009

Begraven

Vandaag is ze begraven
en de dood hing in de lucht

Ik rook 'm en hij rook steeds verschillend

eerst naar wierook
toen naar lente
en later naar oma-parfum

dinsdag 2 juni 2009

Baf

Dood is
weg. Baf,
afgelopen

Dat was eens een kop in de Volkskrant. Het is helemaal raak.

Er is iemand dood. Eerst Martin Bril, nu mijn oma. En dood is niet fijn. Want de dood is onmiskenbaar, niet te keren, definitief. Het is verwonderlijk welke gevoelens en gedachten je krijgt als er iemand dood is. Als er iemand voor altijd weg is. Het roept alle clichés op die je je kunt bedenken en je mag ze niet afkeuren. Want doorgaans houd ik niet erg van clichés, maar bij de dood mag ik die niet afkeuren.

Ik zag de dood in haar ogen, een dag voordat ze dood ging. 'Tot de volgende keer,' zei ik nog, tegen beter weten in (cliché nummer 1). En toen was ze dood. Ik zag alleen nog haar lichaam. Geen mens meer, alleen lichaam. Koud ook, en stijf. Echt dood.

Het is wel fijn om erover te schrijven. Want dan lijkt het net of je weer even de dood onder een soort controle hebt. Want dat is het echt, ik herhaal mezelf, dat weet ik, maar het is zo waar. De dood is machteloosheid. En dat moet het ook maar vooral zijn. Dood is wat het is. Zoiets.