donderdag 12 november 2009

De mier

Van een vriendin kreeg ik het boek 'Het vertrek van de mier' van Toon Tellegen. Voorin het boek had ze een tekst geschreven: 'Voor Camiel, omdat dieren 'unieke eenlingen' zijn, net als jij. En dat is fantastisch'.
Dat had ze op het laatste moment gedaan, toen ze al aangeschoten was van de rode wijn. Dat vertelde ze erbij.

Soms lees ik in het boek. Het is luchtig en toch filosofisch. Het is grappig en toch moet je soms een beetje diep nadenken. Ik vind dat een fijne combinatie. Zie je eigenlijk veel te weinig.

Gisteravond, toen ik het boek las, vond ik een prachtig hoofdstuk over schrijven. Eigenlijk gaat het hoofdstuk over mij. En over schrijven. En over waarom ik dat wat ik schrijf op een weblog plaats. Alsof ik het begraaf.

'De mier schreef af en toe iets in een klein schrift, maar alleen als hij niet kon slapen of te moe was om verder te gaan of als zijn gedachten zo ingewikkeld werden dat hij ze niet meer begreep.
Hij wist niet hoe het heettte wat hij schreef. Hij noemde het aantekeningen. Maar het waren geen gewone aantekeningen.
Hij liet hele regels wit.
Hij gebruikte woorden die hij nog nooit had gebruikt en waarvan hij niet goed wist wat ze betekenden.
Hij gebruikte woorden niet die hij anders altijd wel gebruikte.
Hij las niet over wat hij schreef, want als hij het zou overlezen zou hij het weggooien en dan had hij het net zo goed niet kunnen schrijven.
Het zijn wel gedachten, dacht hij. Maar geen gewone gedachten. Misschien is het wat ik denk als ik denk zonder te denken. Of als ik achterstevoren denk. Of opzij.
Hij wreef over zijn vooorhoofd. Het zijn vallende gedachten, dacht hij. Gedachten die je niet wilt denken. Die onverhoeds op je vallen als je onder een steile rots loopt. Gedachten waar je graag een omweg voor had willen maken om ze te ontlopen.
Hij krabde aan zijn achterhoofd. Ze storen zich nergens aan, dacht hij, en zeker niet aan mij!
Toen hij veel aantekeningen ahd gemaakt begroef hij het schrift onder het zand. Hij legde er een briefje bij:

Dit zijn mijn aantekeningen
Vriendelijke groeten,
De mier


Hij probeerde ze te vergeten.
Ze verkondigen iets, dacht hij. En dat wil ik niet. '

dinsdag 10 november 2009

Vragen

Ik reed vandaag op mijn fiets richting huis, over de hobbelige, oude straatjes, glibberig waren ze door de regen, en ik luisterde naar de muziek van Frederique Spigt. Van haar muziek houd ik heel veel. Ze zong: 'deze wereld, dat ben jij. Blijf erbij.' Prachtig. Wees een deel van de wereld, vraagt ze mij, en aanschouw niet alleen. Interactie, meedoen, daar heeft het mee te maken. Plots schoot me het volgende te binnen:

Je hebt mensen die antwoorden zoeken en je hebt mensen die vragen zoeken.

Fascinerend
(al zeg ik het zelf).

Ik houd eigenlijk helemaal niet van antwoorden. Die wantrouw ik. Wie zegt wat hoort? Wat voor jou een betekenis heeft, kan voor mij betekenisloos zijn. Niets staat vast. Het enige wat vast staat is dat ik deel ben van deze wereld. Ik speel hier een rol, of ik nu wil of niet. Maar gelukkig wil ik dat ook. En stel ik vragen, om verder te komen.

donderdag 8 oktober 2009

Zon.

De zon schijnt vandaag en daar geniet ik van. Nu dan misschien niet, maar geluk delen is ook belangrijk. Zometeen ga ik de zon weer in.

Ander geluk. Toevallig geluk.
Ik las een boek van de bibliotheek, best een taai boek, niet erg verrassend, tot ik 'm open sloeg op pagina 96. Daar zat een sticker verstopt, die uit het boek viel en op de grond was gaan liggen. Alsof het daar altijd zo had gelegen. Zo'n oerHollands tegeltje (zoals de dames het zullen kennen van Boer zoekt Vrouw) met daarop: Youri en Suzanne.

Die Youri en Suzanne.

Het spreekt tot de verbeelding. Ik vond het mooi. Mooi dat ik even deelgenoot was van hun geluk. Dat ik me kon bedenken hoe zij naar de stickerleverancier zouden hebben gemaild dat ze precies deze sticker wilden, met daarop hun namen. Het duo werd, hun namen werden, vereeuwigd. Althans; als ze de sticker niet in het boek hadden laten liggen, want ze zullen 'm nu moeten missen. Niet erg. Ze hebben het geluk gedeeld.