De mier
Van een vriendin kreeg ik het boek 'Het vertrek van de mier' van Toon Tellegen. Voorin het boek had ze een tekst geschreven: 'Voor Camiel, omdat dieren 'unieke eenlingen' zijn, net als jij. En dat is fantastisch'.
Dat had ze op het laatste moment gedaan, toen ze al aangeschoten was van de rode wijn. Dat vertelde ze erbij.
Soms lees ik in het boek. Het is luchtig en toch filosofisch. Het is grappig en toch moet je soms een beetje diep nadenken. Ik vind dat een fijne combinatie. Zie je eigenlijk veel te weinig.
Gisteravond, toen ik het boek las, vond ik een prachtig hoofdstuk over schrijven. Eigenlijk gaat het hoofdstuk over mij. En over schrijven. En over waarom ik dat wat ik schrijf op een weblog plaats. Alsof ik het begraaf.
'De mier schreef af en toe iets in een klein schrift, maar alleen als hij niet kon slapen of te moe was om verder te gaan of als zijn gedachten zo ingewikkeld werden dat hij ze niet meer begreep.
Hij wist niet hoe het heettte wat hij schreef. Hij noemde het aantekeningen. Maar het waren geen gewone aantekeningen.
Hij liet hele regels wit.
Hij gebruikte woorden die hij nog nooit had gebruikt en waarvan hij niet goed wist wat ze betekenden.
Hij gebruikte woorden niet die hij anders altijd wel gebruikte.
Hij las niet over wat hij schreef, want als hij het zou overlezen zou hij het weggooien en dan had hij het net zo goed niet kunnen schrijven.
Het zijn wel gedachten, dacht hij. Maar geen gewone gedachten. Misschien is het wat ik denk als ik denk zonder te denken. Of als ik achterstevoren denk. Of opzij.
Hij wreef over zijn vooorhoofd. Het zijn vallende gedachten, dacht hij. Gedachten die je niet wilt denken. Die onverhoeds op je vallen als je onder een steile rots loopt. Gedachten waar je graag een omweg voor had willen maken om ze te ontlopen.
Hij krabde aan zijn achterhoofd. Ze storen zich nergens aan, dacht hij, en zeker niet aan mij!
Toen hij veel aantekeningen ahd gemaakt begroef hij het schrift onder het zand. Hij legde er een briefje bij:
Dit zijn mijn aantekeningen
Vriendelijke groeten,
De mier
Hij probeerde ze te vergeten.
Ze verkondigen iets, dacht hij. En dat wil ik niet. '
